Mens en Samenleving: ‘Toen ik stopte met varen heb ik heel wat tranen gelaten’

Dedemsvaart - In de rubriek ‘Mens en samenleving’, waarin Dedemsvaarters vertellen over de hoogte- en dieptepunten uit hun leven, terugblikken op het verleden en vooruit kijken naar de toekomst vertelt deze week Joost Hoogvliet (64) zijn levensverhaal.

De Dedemsvaarter is oud-zeeman, suppoost van het oorlogsmuseum in Vriezenveen, vrijwilliger bij het Veteranen Ontmoeting Centrum Vechtdal in Hardenberg en nog veel meer. Wie het verhaal van Joost wil optekenen, mag daar een dag voor uittrekken. ‘Ik vermaak me altijd prima’, zegt hij lachend.

Miniatuurboten staan uitgestald in een vitrinekast, een schilderij van de zee hangt aan de muur. Joost verontschuldigt zich: ‘Ik zet ook zeesleepboten in elkaar en schilder ze. Maar daarvoor moet je naar Vlaardingen. Die staan bij mijn broer in de zaak. Geweldig werk om te doen. Het stilde mijn honger naar de zee toen ik echt veel heimwee had. Ik hoefde maar iets op televisie te zien wat me aan mijn tijd op het water deed denken en de tranen rolden over mijn wangen. Toen ik stopte met varen heb ik heel wat tranen gelaten.’

Lekker ondeugend

Joost werd geboren in Numansdorp, 32 kilometer onder Rotterdam. ‘Daar heb ik tot mijn negende een geweldige tijd gehad. Ik was lekker ondeugend, alles doen wat niet mag. Het defensieterrein op, zwemmen in het zwembad wanneer het niet mag. Ach, je kent het wel. Ik was gewoon niet het braafste jongetje van de klas.’

Op zijn negende vertrok hij met zijn ouders naar Hogewaard, Gelderland, om enkele jaren later weer te vertrekken naar Vlaardingen. ‘Op mijn 16e ging ik de scheepvaart in. Dat lag aan de huiselijke situatie. Ik had altijd bonje met mijn vader. En als je dan 16 bent, dan wil je gewoon wegwezen.’ Joost ging de scheepvaart in. ‘De zeesleepdienst. Op avontuur. We hebben heel wat meegemaakt. Soms hadden we opdrachten en als we die niet hadden, wachtten we op schepen die in nood waren. Een keer zijn we te hulp geschoten bij een brandend schip, met dodelijke slachtoffers. Ook die moesten we bergen. Erg heftig, maar op dat moment moet dat gewoon.’

Joost heeft alle hoeken van de wereld gezien en stopte met varen toen hij trouwde met zijn vrouw. Zijn ouders waren al verhuisd naar Hardenberg en het echtpaar ging erachteraan. Ondertussen wonen ze al 37 jaar in Dedemsvaart. ‘Stoppen met varen was heel moeilijk en ik heb er echt tranen om gelaten. Ik was anders veel te lang van huis weg. We trouwden in 1980 en kregen kinderen. Toen ben ik op zolder gaan schilderen om het gemis naar de zee een plek te geven en dat hielp. Wat ik schilderde? De zee en boten natuurlijk.’

Joost kreeg spierreuma, werd afgekeurd, maar hij liep naar eigen zeggen echt tegen muren op toen hij thuis zat. ‘Gelukkig ging het langzamerhand wat beter. Ik wilde weer aan het werk. Het liefst iets met water. Daarom werd ik sluiswachter. Ik bediende sluizen in heel Overijssel, zoals de brug Hasselt, de Almelo sluis en Sluis Delden. Leuk werk om te doen. Vorig jaar stopte ik, omdat het werk werd uitbesteed aan een uitzendbureau. Mijn loon zou drastisch omlaag gaan en daar heb ik nee tegen gezegd.’

Tegenwoordig doet hij daarom alleen nog maar vrijwilligerswerk. ‘Ik ben suppoost van het oorlogsmuseum in Vriezenveen en vrijwilliger bij het Veteranen Ontmoeting Centrum Vechtdal in Hardenberg. Beide vind ik erg leuk. Bij het VOC ontvang ik veteranen en doe er knutselwerk. Ook heb ik de zorg voor de inrichting. Ik geef rondleidingen in het oorlogsmuseum. Ook ben ik 36 jaar vrijwillig jongerenwerker bij De Stuw geweest.’

‘Ieder mens is mooi’

Zijn geluk haalt hij ook uit het geloof. ‘We gaan naar de evangelische gemeente de Graankorrel in Dedemsvaart en ik ga elke woensdagavond naar een bijeenkomst in Balkbrug, waar we met z’n allen over het geloof praten. We oordelen niet, we smijten en gooien figuurlijk nergens mee. We willen elkaar leren kennen in de liefde die God ons geeft. De ene keer zijn we met 8 mensen, de andere keer met 20. Het is heel informeel, er wordt niemand een hak gezet. Iedereen is gelijk. Heel vrij allemaal. Als je wat op je hart hebt, dan mag je dat meteen zeggen.’

Vanuit zijn geloof ziet Joost ook om naar andere mensen. ‘Ieder mens is mooi, vooral van binnen. We moeten voor elkaar zorgen. Ik leer elke dag nog. Dat omzien naar elkaar, dat vergeet ik ook wel eens. Vandaar ook de kaartjes die klaarliggen voor mensen die ziek zijn’, vertelt hij terwijl hij wijst op de schoorsteenmantel. ‘Dat kan troost bieden.’

Een grote droom van Joost is om nog een keer een wereldcruise te maken op een schip. ‘Dat is ontzettend duur, dus ik hoop dat dat ooit nog kan gebeuren. Of ik dat samen met mijn vrouw ga doen? Dat weet ik nog niet. Zij houdt niet van varen. We laten elkaar vrij in de dingen die we willen doen. Zo gaat zij binnenkort met familie op vakantie naar Griekenland. Dat is niks voor mij. Een boek lezen in de zon kan ik thuis ook. Daarom ga ik met een vriend naar Duitsland op zoek naar sporen uit de Tweede Wereldoorlog. Ik ben een echte bunkerfreak, die staan ook in Nederland en daarvan heb ik er ook al veel bekeken.’